Zeep

Vergissen is menselijk, luidt het gezegde. Het is me zeer bekend. Over mijn bestaan als mens bestaat bijgevolg geen enkele twijfel. Al was het nipt, want ik ben een nakomertje. Misschien zijn daarom al die vergissingen aangeboren.

Mijn strafste stoot haalde ik al op 4-jarige leeftijd uit. Bij het buitenkomen van de kleuterklas sprong ik gehaast op het achterzitje van de fiets waar niet mijn moeder, maar een andere moeder aan het fietsstuur stond. Ze droegen min of meer dezelfde beige herfstjas. Alsof de vergissing nog niet erg genoeg was, stampte ik ongeduldig zeurend, zoals alleen een kleuter dat kan, op de voetsteuntjes terwijl ik mijn nieuwe mama een kleine tik op het achterwerk gaf omdat ze niet snel genoeg vertrok. “Allez mama, vertrekken”. Het was een plezier voor de omstaanders. Mijn kleine rode kop staat me nog helder voor de geest.

Een ander voorval is recent van datum. Op het herentoilet van het cafĂ© betrapte ik mezelf erop dat ik na de kleine boodschap mijn handen stond te wassen met handgel en water in plaats van zeep en water. Waar blijft het schuim, dacht ik nietsvermoedend toen ik voor de tweede maal op het gelpompje drukte. Pas toen ik de op zijn wasbeurt wachtende man zag kijken met een blik van ‘wat doe hij’ zag ik het. Ik heb mijn handen nog snel onder de zeepdispensor gehouden, gespoeld en ik ben afgedropen. Niet met een rode kop, maar toch handen- en hoofdschuddend en ‘jong, jong toch’ mompelend.

“Rudi is vaak verstrooid”, stond er ooit op mijn rapport. Het was niet gelogen. Mijn vergissingen zijn vaak verstrooidheden.

Want het ware leven speelt zich niet in de klas, maar buiten af. En nog meer in verhalen.

Dat is niet veranderd. Tenzij ik me mocht vergissen.

Related Post